Opgave vier: circulair bouwen

Nederland is traditioneel een land van bouwers, maar de bouwsector staat ook voor haar doen voor een erg grote (woning)bouwopgave. Door de woningnood zullen er tot 2030 ongeveer één miljoen woningen gebouwd moeten worden. Dat betekent dat de bouwsector in samenwerking met marktpartijen en de overheid in versnelt tempo extra woningen moet ontwikkelen. Maar ook gelijktijdig uitvoering moet geven aan gerelateerde grond-, weg- en waterbouw activiteiten om de nieuwbouw en ons wegennet bereikbaar te houden en onze openbare ruimte inclusief en klimaatbestendig in te richten.

Tegelijkertijd is er een grote transformatie en herbestemmingsopgave om onze bestaande gebouwen en openbare ruimte toekomstbestendig te maken. Zonder een transformatie van de bouwsector zelf wordt de realisatie van deze bouwopgaven onmogelijk. De kabinetsmaatregelen om het stikstofoverschot te beteugelen in combinatie met de afspraken die volgen uit het Klimaatakkoord dwingen de bouwsector om nieuwe wegen in te slaan.

Afhankelijkheid primaire grondstoffen verminderen
Naar onze overtuiging neemt circulair bouwen daar een belangrijke positie in. Circulair bouwen vraagt wel een compleet andere benadering van het bouwproces en structurele veranderingen die de hele sector raken. Uitgangspunt is een verantwoordelijke omgang met onze grondstoffen waarbij de inzet erop gericht is om niet langer gebruik te hoeven maken van primaire grondstoffen die onze planeet uitputten. De bouwsector in Nederland leunt echter nog sterk op deze primaire grondstoffen (mineralen, metalen en fossiel) en is daar in grote mate afhankelijkheid van voor haar productie. Ze gebruikt zelfs een derde van alle jaarlijkse gebruikte grondstoffen wereldwijd. Daardoor ontstaan veel milieutechnische uitdagingen. 

Neem als voorbeeld het betongebruik in de bouwsector. Er is nu al een groot tekort aan zand en ook oneindig toegang tot schoonwater is geen vanzelfsprekendheid meer, waardoor de productie van beton steeds meer ter discussie staat. Daarnaast verbruikt de productie van staal voor de wapening veel energie, net als dat voor de vervaardiging van cement nodig is. In combinatie met bouwtransport en machinale werkzaamheden op locatie zorgt betonproductie daarmee voor veel CO2-uitstoot in Nederland. In de wetenschap dat we per 2030 50% minder primaire grondstoffen mogen gebruiken zal daarom de komende jaren ook de betonsector grote innovatieve stappen moeten gaan zetten. Waarbij vaststaat dat met het enkel toepassen van oude technieken de klimaatdoelstellingen niet realiseerbaar zijn. 

Omdat onze koplopers toekomstbestendig en toekomstwaardig willen zijn en blijven, gaan we daarom met elkaar aan het werk om onze bouwopgaven op zo'n manier te (her)ontwerpen, bouwen, gebruiken en hergebruiken dat ze economisch te verantwoorden zijn én bijdragen aan het realiseren van onze circulaire doelstellingen. Door nieuwe bouwoplossingen en standaarden toe te passen die circulair zijn en minder emissie geven (uiteindelijk werken we toe naar emissieloos bouwen) gaan we stap voor stap op weg naar een bouwsector die minder vervuilend is en minder primaire grondstoffen verbruik. 

Samen experimenteren om te leren, veranderen en innoveren
Door samen met icoonprojecten te experimenteren, ervaringen op te doen, daarvan te leren en daarover kennis onderling uit te wisselen kunnen we innoveren. Bijvoorbeeld met betrekking tot het type materiaal dat we toepassen in onze bouwactiviteiten. Door herkomst en milieu impact leidend te laten zijn en aan de hand van materiaaldatabases waarin de CO2-uitstoot of opname per product wordt vermeld tot materiaalselectie te komen. Al dan niet gebaseerd op certificeringen zoals die van Cradle to Cradle waarmee transparante milieuprestaties van producten inzichtelijk worden gemaakt. 

Maar ook door bij de verwerking van het materiaal mee te nemen wat er in de toekomst nog mee kan gebeuren. Is het na toepassing in een bouwproject nog terug te brengen naar zijn oorspronkelijke grondstof en/of biologisch afbreekbaar? Of valt het op een andere wijze hoogwaardig te recyclen? En hoe verhoudt de levensduur van de materialen zich met de voorliggende bouwopgave? Zijn biobased materialen die hun oorsprong in de natuur vinden geschikt, zoals hout(vezel), biocomposieten, biologisch afbreekbare conserveringsmiddelen, verf of kurk? Kan verlijming of het instorten van bepaalde materialen voorkomen worden omdat dit toekomstig hergebruik bemoeilijkt? Of kunnen we demontabel en remontabel bouwen?

Toepassing traditionele materialen veranderd
In de toekomst zal er vanuit duurzaamheidsstrategieën nog nadrukkelijker dan vandaag de dag rekening worden gehouden met de materialisering van de voorliggende bouwopgave. Past daarbij een specifieke voorkeur voor toepassing gebakken materiaal, beton, staal of hout? En veranderd de voortrazende innovatie ook de manier waarop traditionele materialen worden toegepast. Kan bijvoorbeeld minder of duurzamer materiaal worden toegepast om dezelfde draagkracht(sterkte) of thermische eigenschappen te bereiken? Of kunnen primaire grondstoffen worden vervangen doordat alternatieven hun plaats in kunnen nemen. Zo staan de ontwikkelingen rondom hout niet stil. Mede door de CO2-opnemende eigenschappen en constructieve kwaliteiten van nieuwe fabrieksmatige houtproducten valt een toenemend gebruik van hout, ook in de hoogbouw, waar te nemen. 

Gelijktijdig verduurzaamd ook de betonsector dankzij onze innovatiekracht. Door nieuwe vindingen kan de CO2-uitstoot tot wel 50% worden verminderd. Zo maken speciale technieken het hergebruik van ingrediënten uit oud beton mogelijk waardoor minder primaire grondstoffen gebruikt hoeven worden of zelfs helemaal vervangen kunnen worden (bijvoorbeeld beton met polymeren als bindmiddel in plaats van cement). Ook ontdekt de betonsector dat door toepassing van biobased materialen als wapening bijvoorbeeld staalgebruik voorkomen kan worden. 

Dergelijke ontwikkelingen vragen van de bouwsector een open en flexibele houding om op basis van bouwvereisten en circulaire uitgangspunten tot materiaalselectie te komen in plaats van met steeds nieuwe materialen van slechts één materiaaltype te werken zoals dat traditioneel veelal het geval was. 

Ketensamenwerking
Op verschillende niveaus moeten daarom stappen gezet worden om dat mogelijk te maken. Onder andere door intensieve ketensamenwerking waarbij sloopbedrijven, toeleverende industrie, bouwbedrijven, vastgoedbeleggers, architecten en (overheids)-opdrachtgevers allen een andere rol vervullen. Innovatie komt daarbij voort vanuit het toepassen van een slimmere procesinrichting door samenwerking en met gebruikmaking van digitale en technologische toepassingen. Waarbij een fabrieksmatige prefab benadering van het bouwproces leidend wordt maar deze gelijktijdig wel flexibel aan de wensen van de klant aan te passen moet zijn. Met toepassing van in de toekomst eenvoudig te demonteren en remonteren materialen. Dat begint dus met circulair ontwerpen, waarbij architecten gebouwen zo ontwerpen en assembleren dat al de toegepaste (bouw) materialen op termijn herbruikbaar zijn. 

Bouwwerken van de toekomst worden daardoor modulair opgebouwd waardoor materialen toegankelijk en bereikbaar blijven zonder dat daarbij schade aan de bouwdelen optreedt. Vanuit het bouwproces moet vervolgens gewaarborgd worden dat de verschillende toegepaste materialen en producten in een materialenpaspoort worden vastgelegd, inclusief locatieopname waar deze zich bevinden en een demontagebeschrijving voor toekomstig hergebruik. Dankzij deze materialenpaspoorten kan in de toekomst een exact inzicht ontstaan in de materialen die vrijkomen uit de te slopen bouwwerken. Deze kunnen daarmee weer hoogwaardig worden ingezet in een nieuw ontwerp. 

Daarom moet voor de aanvang van een bouwproces ook altijd vanuit de keten van samenwerkende partijen verkend zijn of het materiaalgebruik echt nodig is of dat het voorkomen kan worden. Daarna dient onderzocht te worden of met minder/efficiënter materiaalgebruik de bouwopgave gerealiseerd kan worden en tot slot of in dat geval ook bestaande materialen te (her)gebruiken zijn, al dan niet vanuit sloopafval van nabijgelegen bouwprojecten. Door uit bouw- en sloopafval óók materialen opnieuw te gebruiken worden emissies voorkomen en niet onnodig nieuwe primaire grondstoffen gebruikt. Nieuw materialengebruik vormt vanuit de circulaire opgave die voor ons ligt dan ook pas het slotakkoord van de bouwkundige verkenning. 

Nieuwe ontwikkelingen
De bouwsector zal daarom ook gaan werken met nieuwe financiële modellen die de restwaarde van bouw- en sloopafval in beeld brengen. Net als dat ook direct de toekomstige restwaarde van in een bouwproject toegepaste bouwproducten en materiaalcomponenten moet worden vastgelegd. Daarmee is ook het zorgvuldig ontmantelen van gebouwen voor hun materialen en grondstoffen de norm geworden.

Er komt hiermee een breed scala aan veranderingen op de bouwsector af, en dan hebben we het nog niet gehad over bouwtechnische veranderingen die de energietransitie vragen. Bijvoorbeeld in het kader van de grootschalige realisatie van nul-op-de-meter woningen, of het per 2021 moeten voldoen aan de BENG-norm. Of de oplossingen die bouwers moeten (door)ontwikkelen om voor ook bestaande gebouwen te kunnen renoveren en van het gas af te halen. Bovendien vloeien uit de afspraken die de bouwsector gemaakt heeft om door elektrificatie te komen tot zero-emissie van mobiele werktuigen en (bouw)materieel per 2030 ook grote operationele en materiële veranderingen voort. Net zoals ook de logistieke implicaties van het beperken en optimaliseren van transportbewegingen door inpassing van o.a. bouwhubs niet onderschat mogen worden.

Ook gaat circulair bouwen samen met de wijze waarop wij met klimaatverandering om moeten gaan. De VNG heeft in het Deltaprogramma net als de andere overheden verbonden aan de ambitie om vanaf 2020 klimaat adaptief te handelen, zodat in 2050 het stedelijk gebied in Nederland klimaatbestendig, water- en hitte robuust ingericht is en beheerd wordt. 

Daarnaast impliceert circulaire bouwen ook dat diepgaand wordt nagedacht over de implicaties van een circulaire levenscyclus-benadering op de huidige businessmodellen. Hoe kunnen we die toekomstbestendig maken met elkaar? Wat betekent het voor de bouwsector als in de toekomst bouwproducten als dienst worden afgenomen en de grondstoffen eigendom van de producent blijven. Wat voor kansen leveren modulaire bouwwerken die flexibel aanpasbaar zijn al naar gelang de veranderende behoefte van de eindgebruiker op? Welke nieuwe verdienmodellen kunnen we hieruit ontwikkelen. En welke andere veranderingen met bijvoorbeeld ook nieuwe vormen van financiering, terugverdientijden en restwaardes komen daarmee op de bouwsector af?

Concreet aan de slag
Met onze koplopers gaat Circulair West concreet aan de slag met deze circulaire ontwikkelingen. Juist door met elkaar te experimenteren en concrete ervaringen in icoonprojecten op te doen. Waarna we deze kennis weer onderling met onze deelnemers delen. Zo geven we met elkaar het circulaire bouwen van de toekomst vorm en inhoud. Terwijl we gelijktijdig ons beroep op primaire grondstoffen actief verkleinen en nog meer toegevoegde waarde voor opdrachtgevers tegen lagere kosten realiseren. 

Help jij ons ook mee?!